Broedende grutto’s ondervinden lokaal last van klimaatverandering

Groningen – Wat voor invloed heeft klimaatverandering op grutto’s? Dat is wat onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en de Universiteit van Oxford zich afvroegen. Het antwoord luidt: ze ondervinden hinder. Echter alleen op plekken waar de kwaliteit van hun broedbiotoop, het agrarisch land, slecht is door ontwatering en te vroeg en frequent maaien waardoor er een gebrek is aan bloemen en insecten.
Veel vogelsoorten broeden eerder dan zo’n veertig jaar geleden. Dit doen ze omdat door de vervroeging van het voorjaar het voedsel voor de jongen steeds eerder aanwezig is. Gek genoeg lijken de Nederlandse grutto’s zich niet aan te passen aan deze verschuiving. Vreemd, want door de warmere lentes en de ontwikkelingen in de melkveehouderij groeit het gras eerder en sneller wat leidt tot vroeger maaien. Daarom zouden grutto’s er juist goed aan doen om vroeger te gaan broeden.

Legdatum
De onderzoekers namen gegevens onder de loep die de afgelopen 11 jaar door het RUG-gruttoteam o.l.v. Rosemarie Kentie, Jos Hooijmeijer en Theunis Piersma in Zuidwest-Fryslân zijn verzameld. In koude lentes en op weilanden met de grootste diversiteit aan planten en de hoogste grondwaterstanden werden de grutto’s groot die de meeste kans hadden om volwassen te worden.

Onderzoeker Rosemarie Kentie (voorheen RUG, nu verbonden aan Oxford): “Zoals we verwachtten, bleek duidelijk dat grutto’s die vroeg in het voorjaar nestelden de meeste nakomelingen kregen. Waarom verschuiven ze hun legdatum dan niet naar voren? Ten eerste vonden we geen relatie tussen de legdatum van de ouders en die van hun jongen. Dit betekent dat grutto’s die vroeg uit het ei kruipen weliswaar een grotere kans hadden om in de jaren erna terug te komen als broedvogel, maar het vroege leggen niet automatisch van hun ouders overnamen. Ten tweede lijken ervaren broedvogels alleen in erg warme lentes vroeger te broeden, en alleen als ze het jaar ervoor ook vroeg waren. Een verandering in legdatum kan dus alleen worden bewerkstelligd door ervaren broedvogels. We hebben alleen nog niet kunnen ontdekken hoe een grutto een vroege broeder wordt.”

Als het kwik blijft stijgen
Aangezien alle klimaatvoorspellingen wijzen op een verdere opwarming van de aarde, wilden de onderzoekers weten wat dit voor consequenties heeft. Ze voorspellen dat grutto’s de komende 40 jaar gemiddeld vijf dagen eerder gaan broeden als de opwarming tijdens het voorjaar in hetzelfde tempo doorgaat. In kruidenarme en droge weilanden die intensief worden gebruikt, is dat niet voldoende, maar in bloemrijke vochtige weilanden – die speciaal voor weidevogels worden beheerd – zouden die vijf dagen, op grond van de huidige metingen, voldoende moeten zijn om de klimaatverandering bij te kunnen benen.
Kentie: “Dit onderzoek laat zien dat biotoopkwaliteit en klimaatverandering elkaar versterken. En dat hier, met het oog op de toekomst, veel meer rekening mee moet worden gehouden.” Voor grutto’s betekent het dat kruidenrijke en natte weilanden nog belangrijker gaan worden voor het behoud van de soort dan dat ze nu al zijn.

Advertenties